
Er was eens een zeilenwever die woonde in de prachtige havenstad Kutura, gelegen aan de Japanse Zee. Iedereen in Kutura kende Yamoto de Zeilenwever. Hij woonde samen met zijn moeder in een huisje aan de haven. Achter zijn huis had Yamoto een grote werkplaats, waarin een groot weefgetouw stond en elke dag was hij daar aan het werk om voor schippers en kapiteins zeilen te weven. En Yamoto was erg blij met zijn werk, want hij genoot van het geruis van zijn weefgetouw dat hij met zijn voeten bediende. Meter na meter vouwde het zeildoek zich samen onder zijn weefgetouw en aan het einde van elke werkdag liet hij het zeildoek door zijn handen glijden en was hij tevreden met het resultaat. De klanten waren erg te spreken over zijn zeilen, want Yamoto was een erg zorgvuldige zeilenwever. Zo ontvouwde zich het leven van Yamoto. Yamoto werkte in de zeilmakerij en zijn moeder hield het huis schoon, deed de was, deed de boodschappen en kookte. En zo ging het al jaren. Yamoto was best tevreden met zijn leven, maar toch had Yamoto nog twee verlangens, twee verlangens die hij nog nooit met iemand had gedeeld.
Ten eerste wilde Yamoto graag beroemd worden in het hele land. Beroemd en vermaard vanwege de zeilen die hij weefde. Zeilen die sterk en tegelijk soepel waren, zeilen die in staat waren optimaal te profiteren van zowel een stevige bries als ook de kleine zuchtjes wind die de kapiteins en de schippers vreesden. De schippers en de kapiteins die voeren met de zeilen van Yamoto waren daardoor vaak sneller dan de vissers- en handelsschepen die andere zeilen gebruikten. Maar toch was zijn roem nog niet doorgedrongen tot in de hoofdstad van het land. En dat was toch een van de dingen waar hij naar verlangde.
Het tweede verlangen dat Yamoto koesterde was, dat er een vrouw in zijn leven zou komen; niet zomaar een vrouw, maar werkelijk de liefde van zijn leven. Vaak waren er al vrouwen bij hem aan de deur geweest, maar telkens wist Yamoto dat de vrouw die voor hem stond niet de echte liefde van zijn leven was. Daarom wachtte hij dus geduldig tot hij haar tegen zou komen, want hij wist wel zeker dat ooit de ware liefde voor zijn neus zou staan.
Zo regen de dagen zich aaneen en van lente werd het zomer en daarna volgden de herfst en de winter. En dat ging zo jaar na jaar door, tot er op een prachtige voorjaarsdag bij de voordeur werd gebeld. Yamoto hoorde de deurbel, zette zijn weefgetouw stil en haastte zich naar de voordeur. Want hij was alleen in huis; zijn moeder was naar de markt om inkopen te doen. Toen hij bij de voordeur aankwam, was hij benieuwd wie er voor de deur zou staan, want hij verwachtte niemand.
Toen Yamoto de deur opende stond er een prachtige jonge vrouw voor hem op de stoep. Haar ogen lichtten op, haar prachtige donkere haar golfde over haar schouders en haar glimlach onthulde parelend witte tanden. Onder haar arm droeg ze een mand met daarin de mooiste zijden omslagdoeken die Yamoto ooit gezien had. Niet alleen was ze in zijn ogen de mooiste vrouw die hij ooit gezien had, ook had ze een stem die klink-klaterde als een klavecimbel. En toen ze hem vroeg of hij voor zijn vrouw of voor zijn vriendin een zelfgemaakte zijden omslagdoek wilde kopen, klonk hem dat als muziek in de oren. Yamoto antwoordde dat hij geen vrouw of vriendin had, maar dat hij graag een omslagdoek wilde kopen voor zijn moeder, die binnenkort jarig was. Yamoto hield de deur voor de jonge vrouw open en binnen namen ze alle zijden omslagdoeken in de hand, maar Yamoto kon maar geen keus maken, want de ene omslagdoek was nog mooier dan de andere. Toen zei Yasmine, want zo heette de jonge vrouw, dat ze thuis nog meer zijden omslagdoeken had en dat ze de volgende dag terug zou komen om die te laten zien. Verbouwereerd liet Yamoto Yasmine uit. Hij keek haar na toen ze gracieus de weg af liep om terug te gaan naar huis. ’s Avonds lag Yamoto in bed en kon hij de slaap niet vatten. Hij moest steeds maar aan de prachtige barnsteenbruine ogen van Yasmine denken. Zou Yasmine de liefde van zijn leven zijn? Yamoto durfde het bijna niet te geloven.
De volgende dag kwam Yasmine terug en ze liep, zoals afgesproken, rechtstreeks de werkplaats van Yamoto binnen via de achteringang. Zodoende zou de oude moeder Yasmine niet zien. Yasmine keek zich de ogen uit in de werkplaats en bewonderde het grote weefgetouw waarop Yamoto de zeilen weefde. Ze streek met haar vingers over het soepele katoenen doek dat Yamoto al klaar had liggen om een zeil van te maken en ze genoot van de geur die in de werkplaats hing. Yamoto kocht van Yasmine een prachtige omslagdoek voor zijn moeder die hij haar cadeau wilde geven op haar verjaardag. Van toen af kwam Yasmine regelmatig in de werkplaats om met Yamoto te kletsen en hem af en toe te helpen met zijn werk. Zo groeiden ze naar elkaar toe en ze vonden het heerlijk om bij elkaar te zijn. Elke dag verheugde Yamoto zich op het moment dat Yasmine weer zou komen. Hij genoot van haar parelende lach, de manier waarop ze haar haar naar achteren streek, de anekdotes die zij vertelde. Yasmine straalde nog meer dan ze eerst al deed door de aandacht en de erkenning die ze van Yamoto kreeg. Vreugdevol regen de dagen zich aaneen
Om Yasmine een plezier te doen kocht Yamoto een weefgetouw waarmee ze zijden doeken zou kunnen weven. Dat speciale weefgetouw werd in een aparte kamer geplaatst, zodat de zijden stoffen puur en zuiver bleven, vrij van het stof dat in de grote werkplaats in de lucht hing. Nu kon Yasmine haar zijden doeken weven terwijl ze bij Yamoto was. Het leven was een groot feest en het leek wel of de zon elke dag scheen, zelfs de dagen dat de regen met bakken uit de lucht viel. Yasmine kwam bij Yamoto en zijn moeder in huis wonen en met zijn drieën waren ze buitengewoon gelukkig samen. Zelfs de ogen van de oude moeder kregen weer iets van hun oude glans terug en soms stond ze van blijdschap te zingen in de keuken.
Op een dag stond er een belangrijk heer bij Yamoto op de stoep. Hij was de eigenaar van een grote handelsvloot en liet zijn kapiteins over de zeeën en oceanen varen om handelswaar te vervoeren en te verhandelen. Het ging om peper en nootmuskaat, om kurkuma en koriander. De deftige heer wilde bij Yamoto een speciaal groot zeil bestellen, een zeil dat zijn schepen nog sneller zou doen varen, een zeil dat zich razendsnel aan zou passen om ook maar de kleinste bries op te vangen en deze om te zetten in snelheid. Daarom moest het zeil soepel en sterk zijn, licht en voorzien van een speciaal logo. De rijke heer beloofde goed te betalen voor dat speciale zeil. Yamoto wist dat niet hij degene was die dit zeil kon weven, maar dat Yasmine op haar weefgetouw een dergelijk zeil zou kunnen maken. Yamoto keek Yasmine vragend aan. “Kunnen wij een dergelijk zeil maken, Yasmine?”, vroeg Yamoto aan Yasmine. Yasmine knikte. Ook Yasmine wist dat zij een dergelijk zeil zou kunnen maken, een zeil dat het handelsschip van deze rijke man over de zeeën en oceanen zou doen scheren, sneller dan elk ander handelsschip dat de zeeën bevoer.
Yamoto nam de opdracht aan en verheugde zich al vast op de goede betaling, maar nog meer over de ophef die dit nieuwe ‘Yamoto-zeil’ zou veroorzaken, heel het land zou er over spreken, zelfs tot in de hoofdstad toe zouden de mensen er niet over uitgesproken raken. Yasmine kocht de benodigde spoelen met zijden draad en zette alles klaar in haar speciale werkkamer. Voordat ze aan haar werk begon zei ze tegen Yamoto: “Mijn werk zal een volle week in beslag nemen. Al die tijd mag je niet bij mij komen, mag je de deur niet openen, anders werkt het niet en wordt het een gewoon zeil, net zoals de andere zeilen die jij maakt. Alleen als ik al mijn aandacht en liefde in dit zeil stop, zal het een magisch zeil worden.’ Yamoto stemde toe. Vanuit zijn werkplaats hoorde hij het zoemen van het weefgetouw van Yasmine en hij kon bijna niet wachten om het resultaat van haar harde werk te zien. Ook miste hij de gesprekken met Yasmine, maar wat moest, dat moest nou eenmaal. Dus Yamoto dwong zichzelf te wachten tot Yasmine zelf uit haar werkkamer tevoorschijn zou komen.
Na een week ging de deur van de werkkamer open en Yasmine verscheen in de deuropening met in haar armen het meest prachtige zeil dat Yamoto ooit had gezien. In het zeil was het logo van een vurige draak geweven, zo precies en zo stijlvol, mooier dan dat Yamoto ooit eerder gezien had. Yamoto was uitgelaten, Yamoto was blij, heel blij. In heel het land, in alle herbergen en kroegen zouden de mensen praten over dit prachtige en bijzondere ‘Yamoto-zeil’. En niet onbelangrijk, de opdrachtgever zou goed betalen voor dit bijzondere zeil. Van een ding echter schrok Yamoto: de ogen van Yasmine stonden wat dof, haar tred was minder vlot en haar haar glansde minder hard. En Yasmine zei tegen Yamoto: “Het zeil is klaar Yamoto. Je kunt de rijke heer berichten dat hij het op kan halen. Maar ik ben moe, ik moet rusten”. En Yasmine verliet de werkplaats om te gaan rusten.
De rijke heer was zeer verguld met het prachtige zeil dat Yasmine had geweven. En hij betaalde meer dan hij vooraf had afgesproken. Yamoto, Yasmine en de oude moeder leefden goed van het geld dat de rijke heer had betaald, maar Yasmine was haar vrolijke en luchtige uitstraling kwijt, ze oogde wat droefgeestiger, minder licht, wat meer in zichzelf teruggetrokken. En die lichtheid en blijheid kwamen niet terug, En de dagen, de weken en de maanden regen zich aaneen.
Yamoto was gelukkig met zijn Yasmine en Yasmine was gelukkig met haar Yamoto. Tot op een dag de rijke heer weer voor de deur stond. Hij was erg lovend over het zeil dat Yasmine voor één van zijn schepen geweven had. Het schip was sneller dan alle andere schepen en het was het meest sierlijk varende handelsschip dat de rijke heer bezat. Dus daarom had hij besloten om een tweede schip, een groter handelsschip, met een magisch zeil uit te rusten. Alleen het zeil moest nu dus wel twee keer zo groot zijn. Yamoto keek Yasmine smekend aan. Wat een geweldige kans was dit om zijn roem te vergroten, een kans om nog meer geld te verdienen, zodat ze echt in welstand konden leven. Yasmine wist hoe belangrijk dit voor Yamoto was en met een diepe zucht knikte ze Yamoto toe dat hij de opdracht aan kon nemen. Zo gezegd, zo gedaan. En wederom kocht Yasmine de benodigde spoelen met zijden draden in. Een stapel die aanzienlijk hoger was dan de eerste keer, zette ze klaar in haar werkkamer. En Yasmine sprak tegen Yamoto: “Yamoto, als je wilt dat dit zeil net zo magisch wordt als het vorige zeildoek, dan mag je mij deze keer twee weken niet storen. Dan moet je de deur van mijn werkkamer twee weken gesloten houden, want ik moet al mijn aandacht en toewijding in dit nieuwe zeildoek stoppen. Anders zal het een gewoon zeil zijn en zal het geen magische eigenschappen bezitten”.
Yamoto was heel blij dat zijn Yasmine nog een zeil wilde weven. Hij tilde haar op en danste met haar kin het rond tot Yasmine zei: “Kom Yamoto, zet me weer op de grond, want ik moet aan het werk. Anders komt het nieuwe zeildoek niet klaar”. En weer had Yamoto het heel zwaar, want twee weken lang kon hij niet met zijn Yasmine praten, twee weken lang zou hij zijn Yasmine niet in zijn armen kunnen houden. Yamoto telde de dagen tot de deur van de werkkamer weer open zou gaan en het nieuwe zeil klaar zou zijn. En tegelijk verheugde hij zich er al op hoe de mensen vol bewondering zouden praten over de schepen met een ‘Yamoto-zeil’. Hij gloeide van trots als hij daaraan dacht.
Na twee weken ging de deur van de werkkamer van Yasmine open en daar stond Yasmine in de deuropening met in haar armen een prachtig zijden zeil, een zeil twee keer zo groot als het eerste zeil dat Yasmine geweven had. En ook nu prijkte er het logo van een vurige draak op het zeildoek. Maar toen Yamoto naar Yasmine keek zag hij dat haar ogen dof stonden, dat haar mondhoeken naar beneden hingen. Haar haar viel in slierten over haar voorhoofd en ze stond enigszins met een gebogen rug in de deuropening. Ze zei tegen Yamoto: “Yamoto, het zeildoek dat ik voor jou moest maken is klaar. Je kunt de rijke heer berichten dat hij het zeildoek met de vurige draak kan ophalen.. Maar ik ben moe, ik moet rusten”. Ze overhandigde het prachtige zeildoek aan Yamoto en verliet de werkruimte van Yamoto om te gaan rusten.
Toen de rijke heer het zeildoek kwam ophalen was hij erg opgetogen over de kwaliteit van het doek en de prachtige afbeelding van de vurige draak. En wederom betaalde hij meer dan hij met Yamoto had afgesproken. Yamoto, Yasmine en de oude moeder leefden goed van al het geld dat ze verdiend hadden maar de schaterende lach, de lichtheid, de vrolijkheid waren uit het huis van de zeilenwever verdwenen. Yasmine voelde de zwaarte van het leven en kon de lichtheid die ze ooit met zich mee had gedragen niet terug vinden.
Zo gingen de dagen heen, ze regen zich aaneen tot weken, maanden, een vol jaar. En toen stond de rijke heer weer op de stoep. Hij was lovend over de zeilen die Yasmine tot nog toe voor zijn schepen had geweven. En nu wilde hij een magisch zeil voor het grootste schip van zijn handelsvloot. Een zeil dat dus drie keer groter was dan het eerste zeil dat Yasmine geweven had. Yamoto keek wat bedremmeld naar zijn vrouw Yasmine. Toen richtte hij zich tot de rijke heer en zei: ‘Uw opdracht moet ik eerst met mijn vrouw bespreken. Hier kan ik zomaar geen ja op zeggen. Ik zal u morgen berichten of wij de opdracht zullen aannemen. Zo vertrok de rijke heer uit de werk[plaats van Yamoto. Yamoto keek zijn Yasmine smekend aan. Wil je nog een keer zo’n magisch zeil weven Yasmine? vroeg hij. “Weet je zeker dat je dit van mij verlangt, Yamoto?” zei Yasmine. “Ooh Yasmine, met dit grootste schip van de Japanse Zee zullen we echt furore maken. Iedereen zal het over de ‘Yamoto-zeilen’ hebben en steeds meer kapiteins en schippers zullen bij ons hun zeilen bestellen. We zullen beroemd worden en het geld zal binnen stromen. Deze kans kunnen we niet laten lopen Yasmine!” ‘Goed dan”, sprak Yasmine. “Ik zal een derde magisch zeil voor jou weven Yamoto, maar ik doe het alleen uit liefde voor jou Yamoto. Ik kan tegen jou geen ‘nee-zeggen’. Maar deze keer mag je mij gedurende drie weken niet storen, drie weken lang moet de deur gesloten blijven en dan zal het derde magische zeil gereed zijn.” Deze keer vond Yamoto het niet om uit te houden en de drie weken duurden hem vreselijk lang. En hij moest zich menigmaal bedwingen om niet alsnog de deur te openen.
Toen na drie weken de deur eindelijk open ging stond er een oud vrouwtje in de deuropening. Ze had doffe ogen, liep vreselijk krom en had allemaal rimpels in haar gezicht. Grijze slierten haar hingen over haar gezicht. Yamoto stond als versteend aan de grond en was totaal verbijsterd. Zijn mooie, prachtige en lieve Yasmine was veranderd in een oude vrouw. Yasmine richtte zich op, keek Yamoto aan en zei: “Yamoto, het grote zeildoek met de vurige draak is klaar. Ik heb alles gegeven, al mijn aandacht en al mijn liefde. De rijke heer kan zijn nieuwe zeildoek op halen. Je mag hem berichten. Maar ik ben moe, ik moet rusten!” Yasmine legde het prachtige grote zeildoek met het logo van de vurige draak in de armen van Yamoto en zonder nog een woord te zeggen verliet ze de werkplaats van Yamoto. Verbijsterd over wat er met zijn Yasmine was gebeurd legde hij het prachtige zeildoek op de grote kniptafel en wilde achter Yasmine aan gaan om met haar te praten, maar Yasmine was niet in de woonkamer, niet in de keuken of in de badkamer, niet in de slaapkamer. Verontrust vroeg Yamoto aan zijn oude moeder waar Yasmine was gebleven, maar zij wist het niet. In het hele huis was geen Yasmine te vinden. Ten slotte liep Yamoto de straat op om te kijken of Yasmine misschien de stad in was gegaan. Hij ging naar het huis waar Yasmine gewoond had, maar ook daar was Yasmine niet. Radeloos begon hij mensen te vragen of iemand zijn Yasmine gezien had. Maar niemand had haar gezien, niemand wist waar ze was.
Een week lang doorkruiste hij alle straten van Kutura, op zoek naar zijn Yasmine. Maar niemand wist waar Yasmine gebleven was. Na een volle week zoeken in de straten, stegen en pleinen van Kutura wist Yamoto dat Yasmine voorgoed uit zijn leven verdwenen was. Ze was weg en ze zou wegblijven. Nooit zou hij haar terug vinden, nooit zou hij weer met haar kunnen praten en nooit meer zou hij haar parelende lach horen als hij weer eens van zijn grapjes maakte.
Teleurgesteld en moe van al het zoeken naar Yasmine, zette Yamoto zich weer achter zijn weefgetouw. En met een zwaar gemoed zette hij met zijn voeten het weefgetouw in beweging. Diep in zijn hart bewaarde hij de herinnering aan Yasmine, de liefde van zijn leven. En als hij het soms eens even moeilijk had, hoefde hij alleen maar aan de mooiste jaren van zijn leven te denken, aan zijn jaren met Yasmine. En Yamoto, hij weefde zeildoeken voor de klanten die bij hem aan de deur kwamen, maar een magisch zeildoek met een ingeweven logo van een vurige draak heeft hij nooit meer kunnen maken.